De ene helft van de passagiers op de Tustumena (veerboot) bestond uit vissers die werk hadden, dan wel zochten op dit smaragdgroene eiland. De anderen waren voornamelijk inheemse mensen die hier woonden en om de een of andere reden naar het schiereiland van Kenai waren afgereisd. Ik heb veel mooie verhalen mogen horen en heb aan even zoveel weinig tot geen aandacht besteed.
Aangekomen in de haven van Kodiak ben ik naar het Visitors Center gegaan, waar men mij er uiteindelijk van wist te overtuigen niet naar het geplande Buskin River te gaan. Daar had kennelijk een stevige grizzly duchtig huisgehouden. Nou had ik dat graag met eigen ogen willen zien, maar het zou op z'n minst negen mijl lopen zijn geweest en met een zware rugtas gaat dat lastig.
Ik werd verwezen naar Fort Abercombie, waar ik m'n tentje ook op mocht zetten en wat volgens de dienstdoende mensen ter plekke eigenlijk nog een veel mooiere omgeving zou zijn ook (overigens nog steeds twee uur ploegen richting die plek). Maar goed dat ik daar toch naar geluisterd heb. Waar ik terecht ben gekomen is echt met geen pen te beschrijven (wel, met een pen misschien nog wel).

Ik sta momenteel op de rand van een rotspartij die uitkijkt over de onderliggende baai. De bomen staan er dicht op elkaar en zijn met mos overwoekerd. Voor me dus de zee en overal rondom liggen meren. Adelaars zwermen in ongekende hoeveelheden boven mijn hoofd en dan heb ik het nog niet eens over de grizzlyberen gehad, want die zijn hier talrijk. Ik ga ze zometeen op m'n mountainbike opzoeken. Ik heb er nu al zin in.
En morgen weer door naar de Aleutian Islands. Nee, echte rustmomenten zijn er niet (en da's maar goed ook).
Een groet met (verplichte) fietshelm,
Michiel
Geen opmerkingen:
Een reactie posten